Boomwaardebepaling d.m.v. de methode Raad.

De omtrek van de stam in centimeters gemeten op borsthoogte (1.30 meter).Omtrek cm.
Selecteer de boom uit de lijst.Boomsoort
N.V.T. = Niet van toepasing.
Extensief=periodiek terugzetten van de kroon (Knotbomen).
Bij deze bomen adviseren we een maximale conditiefactor van "slecht" aan te houden.
Intensief=permanent in vorm houden van kroon (Leibomen).
Vormboom

Klasse 1: zeer extensief
Binnen en in de directe omgeving van de kroonprojectie (uitgaande van een volwassen omvang) komen geen andere gebruiksfuncties t.b.v de bovengrondse of ondergrondse ruimte voor die een (negatieve) invloed hebben op de kwaliteit van de standplaats van de boom dan wel het beheer belemmeren
Klasse 2: extensief
Binnen minder dan 25% van de kroonprojectie (uitgaande van een volwassen omvang) komen gebruiksfuncties t.b.v de bovengrondse of ondergrondse ruimte voor die een (negatieve) invloed hebben op de kwaliteit van de standplaats van de boom dan wel het beheer belemmeren
Klasse 3: intensief
Binnen minder dan 75% van de kroonprojectie (uitgaande van een volwassen omvang) komen gebruiksfuncties t.b.v de bovengrondse of ondergrondse ruimte voor die een (negatieve) invloed hebben op de kwaliteit van de standplaats van de boom dan wel het beheer belemmeren
Klasse 4: zeer intensief
Binnen meer dan 75% van de kroonprojectie (uitgaande van een volwassen omvang) komen gebruiksfuncties t.b.v de bovengrondse of ondergrondse ruimte voor die een (negatieve) invloed hebben op de kwaliteit van de standplaats van de boom dan wel het beheer belemmeren
Standplaatsfactor

Plantwijzefactor
De plantwijze oftewel de beplantingsstructuur waarvan de betrokken boom onderdeel uitmaakt. heeft invloed op de beheer- en onderhoudskosten. Zo zijn de onderhoudskosten aan solitaire bomen doorgaans hoger dan die van bomen in een beplantingsgroep. De formulering van de plantwijze is gebaseerd op het plantverband.
Beplantingsvak
Een doorgaans (sterk) gesloten dichte beplantingsstructuur van bomen waarbinnen feitelijk geen sprake meer is van zelfstandig ontwikkelde bomen en waar nauwelijks sprake meer is van gericht individueel onderhoud.
Groep
Een verzameling van min of meer zelfstandig ontwikkelde bomen waartussen onderling een duidelijk verband bestaat. De verzameling van bomen wordt doorgaans als totaalobject beheerd en onderhouden. echter elke boom binnen de verzameling behoeft gericht onderhoud.
Laan-/straatbomen
Een verzameling van meerdere bomen die als een min of meer aaneengesloten beplantingseenheid een begeleidende lint- of rijbeplanting vormt langs wegen, paden of waterlopen en waarbinnen een 1- of meerrijige bomenstructuur herkenbaar is. De verzameling van bomen wordt doorgaans als totaalobject beheerd en onderhouden, echter elke boom binnen de verzameling behoeft gericht onderhoud.
Solitair
Een zelfstandig ontwikkelde, doorgaans volledig vrijstaande boom die als zelfstandige eenheid beheerd en onderhouden wordt. Eventueel kunnen ook meerdere bomen die samen een sterk samenhangende kroon vormen worden gedefinieerd als solitair, een voorwaarde is dat het wegvallen van een of meerdere van deze bomen de "solitair" als zodanig schaadt.
Plantwijzefactor

Afschrijvingsfactor
De toepassing van de afschrijvingsfactor is noodzakelijk om te voorkomen dat de waarde van de betrokken boom in relatie tot de diktegroei oneindig zou blijven toenemen. Bij bomen in de jeugdfase is even eens een correctie nodig, omdat er anders bij deze bomen een onderwaardering zou ontstaan vanwege de zeer geringe stamomvang. De afschrijvingsfactor is (behalve van de levensfase) ook afhankelijk van de gebruiksfunctie en de standplaats van de betrokken boom, al deze factoren hebben invloed op de boomtechnisch (verantwoorde) omloopduur. Een populier in het stedelijk gebied heeft bijvoorbeeld een duidelijk andere omloopduur dan een zelfde populier in een houtwal in het buitengebied. Let wel!, de feitelijke levensverwachting gebasseerd op de conditie en de vitaliteit van de betrokken boom dient te worden verrekend in correctiefactor CS (conditie en levensverwachting), deze staat feitelijk los van de afschrijvingsfactor.
Eindfase
Gezien de standplaats en gebruiksfunctie van de betrokken boomsoort is reeds meer dan 75% van de gangbare omloopduur verstreken.
2e helft volwasfase
Gezien de standplaats en gebruiksfunctie van de betrokken boomsoort is reeds meer dan 50% van de gangbare omloopduur verstreken.
t/m 1e helft volwasfase
Gezien de standplaats en gebruiksfunctie van de betrokken boomsoort is nog geen 50% van de gangbare omloopduur verstreken.
Afschrijvingsfactor

Onderhoudsindicatie
De mate van onderhoud en de daaraan gekoppelde kwaliteitsontwikkeling van de betrokken boom zijn belangrjjke factoren in de waarde van de boom. De onderhoudsindicatie wordt bepaald op basis van het functionele onderhoud dat in het verleden bij de betrokken boom is uitgevoerd in relatie tot de huidige kwaliteit. Of wel : Welke functionele zorg aan de boom besteed voor het verkrijgen van de huidige kwaliteit? Niet de mate van onderhoud, maar het kwaliteitsresultaat is hierbij het uitgangspunt. oftewel : In welke mate komen er structurele gebreken voor bij de betrokken boom die het gevolg zijn van het uitgevoerde c.q. nagelaten onderhoud? Dan wel is extra functioneel onderhoud noodzakelijk geweest voor het verkrijgen van een goed ontwikkelde (specifieke) boomstructuur ? NB. Een via intensief onderhoud verkregen beplantingsvorm kan een hoge onderhoudsindicatie hebben, echter niet het vele onderhoud, maar de kwaliteit van het onderhoud en de kwaliteit van de beplanting vormen de basis voor de toekenning van een hoge onderhoudsindicatie. Voorbeelden: bomen langs de "Goudenkoets-route", bomen in de directe omgeving van zeer intensief onderhouden monumenten en zeer intensief onderhouden vormbomen.
Let wel: Een op oudere leeftijd afgezette kroon leidt wel tot een hoge mate van noodzakelijk onderhoud maar is noch als onderhoudsmaatregel, noch als boomvorm kwalitatief hoogwaardig te noemen. De aanwezigheid van (enig) achterstallig onderhoud wordt niet gerekend tot een verminderde onderhoudsindicatie, behalve wanneer hierdoor structurele gebreken ontstaan binnen de betrokken boom.
Onderhoudsindicatie

Conditie-levensverwachtingsfactor
Uiteraard heeft de conditie (gezondheid) en de toekomstverwachting van de betrokken boom invloed op de waarde van de boom. In de conditiefactor worden alle factoren mee gewogen die invloed hebben op de conditie en de levensverwachting van de betreffende boom. ~ Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de kwaliteit en de kwantiteit van de blad- of naaldzetting, maar ook aan eventuele parasitaire aantastingen of geconstateerde structurele gebreken. ook de toekomstverwachting van bomen in het algemeen en het regeneratievermogen van de verschillende boomsoorten dienen in de conditiewaarde te worden meegewogen. De beoordeling van de conditie/levensverwachtingswaarde dient te worden geïnterpreteerd als een rapportcijfer. 6 of hoger is voldoende tot goed, 4 en lager is onvoldoende tot slecht. Ten aanzien van bomen met een parasitaire schimmelaantasting bedraagt de conditie-/levensverwachting doorgaans niet meer dan 0,2 of maximaal 0,4.
Zeer slecht tot dood
De levensverwachting is nihil; de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is dusdanig dat "herstel" op basis van de huidige toestand van de boom uitgesloten is.
Slecht
De levensverwachting is minimaal ; de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is dusdanig dat "herstel" op basis van de huidige toestand van de boom niet of nauwelijks mogelijk is.
Matig
De conditie en/of levensverwachting van de boom is duidelijk verminderd; de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is echter dusdanig dat verwacht mag worden dat "herstel" op basis van de huidige toestand van de boom eventueel mogelijk is.
Voldoende
De conditie en/of levensverwachting is verminderd, maar op korte termijn (< 5 jaar) worden er ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom op basis van de huidige toestand van de boom geen problemen verwacht.
Goed
De conditie en levensverwachting van de betreffende boom zijn goed; ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom worden op basis van de huidige toestand van de boom ook op middellange termijn (ca. 10- l5 jaar) geen problemen verwacht.
Optimaal
De conditie en levensverwachting van de boom zijn zonder meer goed; ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom zijn geen afwijkingen waargenomen en worden op basis van de huidige toestand van de boom ook op lange termijn (meer dan l5 jaar) geen problemen verwacht.
Conditiefactor

Herplantindicatie
Bij het vaststellen van stichtingskosten heeft de boomgrootte die wordt gebruikt voor het aanplanten van bomen grote invloed. De herplantindicatie wordt bepaald op basis van de verwachte herplantindicatie wanneer de betrokken boom zou wegvallen. Zowel de (aantoonbare) herplantinspanning van de eigenaar als de beplantingsstructuur ter plaatse kunnen hierin maatgevend zijn. ln grotere (vergelijkbare) beplantingsstructuren kan vaak de gangbare herplantinspanning van de betrokken boomeigenaar reeds worden afgelezen. N B. Wanneer in een betrokken laanbeplanting in het verleden reeds bomen zijn ingeboet kan de hiervoor aangewende boommaat worden gebruikt als herplantindicatie, mits deze niet in strijd is met de beplantingsstructuur als zodanig.
De indeling is gebaseerd op geteelde bomen, wanneer er sprake is van "verplante bomen" vindt de indeling l klasse lager plaats. Een verplante boom in de maat 60/80 valt dus in klasse 6(40/60).
Herplantindicatie





Boomschadebepaling d.m.v. de methode Raad.

Bereken eerst de waarde van de boom.

Kroonschade

Wanneer er sprake is van kroonschade wordt het schadepercentage berekend aan de hand van het volume van de kroonschade die is ontstaan aan de gesteltakken en eventueel de top.
Het kroonschadepercentage is gebaseerd op gesteltakken en top.
Bovenstaande richtlijnen zijn met name afhankelijk van:
- boomsoort
- opkroonhoogte (doelstelling beheerder)
- plaats in kroon
- soort takken
- conditie (en vitaliteit)
- leeftijd
- voormalig beheer
Voor bomen die beheersmatig reeds periodiek zijn teruggezet (bv. lei- of vormbomen) gelden bovenstaande normen in beginsel niet en dient te worden overwogen of het reduceren van de kroonomvang al dan niet gerekend dient te worden tot schade.
Opmerking
Richtlijn restwaarde voor gekandelaberde bomen maximaal 20%.
Wanneer de kroon van een boom volledig wordt teruggezet (kandelaberen) zou volgens methode Raad de waardevermindering 100% bedragen. Voor bomen die een dergelijke ingreep verdragen en waarvan een redelijk groeiherstel mag worden verwacht kan onder deze omstandigheden een restwaarde van maximaal 20% worden aangehouden.

Definitie kandelaberen: het sterk innemen van alle gesteltakken, zodanig dit tenminste 8O%; van het oorspronkelijke kroonvolume wordt weggenomen (kroon op stompen zetten).
Verlies aan kroonvolume

Methode Raad: Richtlijnen voor het bepalen van stamschade

Wanneer er sprake is van stamschade wordt het schadepercentage berekend aan de hand van de omtrek van de stam ter hoogte van de ontstane schade; in beginsel heeft alleen de grootste breedte van de ontstane verwonding invloed op het schadepercentage.
Opmerking
Aanbevolen wordt bij de bepaling van de waardevermindering wel rekening te houden met de hoogte van de wond, indien deze hoogte relevant is voor de schade aan de boom.
Het bastschadepercentage is gebaseerd op de breedte van de ontstane bastschades, gerelateerd aan de omvang van de stam op schadehoogte, hierbij wordt in beginsel uitgegaan van de grootste breedte van de ontstane verwonding. De genoemde richtlijnen zijn afhankelijk van:
-boomsoort
-bestaande beschadigingen (oude niet-overgroeide bastschades)
-tijdstip (jaargetijde)
-conditie (en vitaliteit)
-leeftijd
-(wondhoogte)
Verlies aan bastweefsel

Diepe weefselschade

Bij weefselschade dient er tenminste sprake te zijn van een beschadiging van het spinthout. Het weefselschadepercentage is (evenals het bastschadepercentage) gebaseerd op de breedte van de ontstane schades gerelateerd aan de omvang van de stam op schadehoogte. Hierbij wordt in beginsel uitgegaan van de grootste breedte van de ontstane verwonding. De genoemde richtlijnen zijn met name afhankelijk van:
-boomsoort
-tijdstip (jaargetijde)
-conditie (en vitaliteit)
-leeftijd
-gevolgen voor stabiliteit
-(wondhoogte)

Opmerking
Bij het optreden van diepere weefselschade is er vrijwel altijd (ook) sprake van bastschade. In de zone waar de diepere weefselschade voorkomt dient een dubbeltelling van de bast- en weefselschade voorkomen te worden.
Verlies aan houtweefsel

Wanneer er sprake is van wortelschade wordt het schadepercentage berekend aan de hand van het volume van de wortelschade die is ontstaan aan gestelwortels. Verstoringen van bv. de groeiplaats of wortelschade aan fijnere wortels die het functioneren van van het wortelgestel negatief beinvloeden worden echter eveneens gerekend tot wortelschade.

genoemde richtlijnen zijn met name afhankelijk van:
-boomsoort;
-bewortelingspatroon;
-plaats in wortelgestel;
-soort wortel;
-conditie (en vitaliteit);
-stabiliteit;
-leeftijd;
-type groeiplaats;
-invloed schade op functioneren wortelgestel;


Opmerking Volgens de normen van prof. dr. Claus Mattheck levert het wegvallen van meer dan 40% van de stabilliteitswortels een reeel instabilliteitsgevaar op. Wanneer handhaving van de betrokken boom vanwege de ontstane wortelschade door de taxateur niet langer verantwoord wordt geacht dient in beginsel een waardevermindering van 100% te worden toegekend.
Verlies aan wortelvolume





Methode Raad

De methode Raad van André Raad is de eerste Nederlandse algemeen geaccepteerde methode om de waarde van bomen en schade aan bomen te bepalen.
Het bovenstaande programma dient om te laten zien hoe de methode Raad werkt en de éénheidsprijzen van de boomsoorten zijn sinds 2005 niet meer bijgewerkt.
Het is dus alleen als voorbeeld bedoeld.

1 Ster2 Sterren3 Sterren4 Sterren5 Sterren (Nog geen beoordelingen beschikbaar)
Loading...