Auteursarchief: admin

De boom die naar sex ruikt ❦.

In 1788 vermeldt Donatien Alphonse François Marquis de Sade in zijn boek “Historiettes, Contes et Fabliaux” onder de titel “De Kastanjebloem” de volgende anekdote:

Er wordt beweerd, ik zou het niet verzekeren, maar sommige wetenschappers overtuigen ons dat de kastanjebloesem in wezen dezelfde geur heeft als dit vruchtbare zaad dat de natuur graag in de nieren van de mens plaatst voor de reproductie van zijn gelijke. Een jongedame van een jaar of vijftien, die het huis van haar vader nooit had verlaten, liep op een dag met haar moeder en een knappe abt in een steegje van kastanjebomen waarvan de uitademing van bloemen de lucht, vrijelijk gesproken, op een verdachte manier parfumeerde..

– Oh mijn god, mam, die vreemde geur, zei de jongere tegen haar moeder, niet beseffend waar het vandaan kwam… maar voel jezelf, mam… het is een geur die ik ken. – Zwijg dan, mademoiselle, zeg zulke dingen niet, alstublieft. – Waarom dan, mam, ik zie niet in dat het kwaad kan om je te vertellen dat deze geur mij niet vreemd is, en dat is het zeker ook niet voor mij. – Maar mevrouw… ‘Maar mama, ik ken haar,’ zeg ik je; Monsieur l’Abbé, vertel me alsjeblieft wat voor kwaad ik doe om mam te verzekeren dat ik die geur ken. ‘Mademoiselle,’ zei de abt, terwijl hij in zijn krop kneep en het geluid van zijn stem fladderde, ‘het is heel zeker dat het kwaad op zich klein is; maar het is dat we hier onder kastanjebomen zijn, en dat wij natuuronderzoekers in de botanie toegeven dat de kastanjebloesem … – Nou, de kastanjebloesem? – Nou, juffrouw, het ruikt naar s…

De geursensatie wordt veroorzaakt door sexferomonen die spermine en spermidine heten en die tijdens het hoogtepunt van de bloei van de Tamme kastanje (Castanea sativa) overvloedig door de mannelijke katjes worden uitgewasemd en dan een penetrante spermageur verspreiden.

Het is bekend dat een bezoek aan de katjes van de Tamme kastanje de geslachtsdrift van kevers bevordert. Veel kevers bezoeken de kastanjebloemen die onder de ‘Keverbloemen’ worden gerangschikt.

De bovenstaande anekdote impliceert dat de geur – tenminste bij vrouwelijke leden van de soort – bij mensen soortgelijke driften oproept. Het verhaal suggereert ook dat er aan het onderwerp een taboe verbonden is. Een taboe waaraan meer auteurs die over dit onderwerp berichten meestal ook refereren en een taboe dat tot op de dag van vandaag redelijk stand lijkt te houden.

Ook in de mythologie wordt aan deze duidelijk waarneembare eigenschap niet of nauwelijks aandacht besteedt. Je zou toch op zijn minst verwachten dat de Grieken de boom aan Afrodite hadden gewijd of iets dergelijks maar wij hebben zulke voor de hand liggende aannames niet met feiten kunnen onderbouwen. Één auteur vermelde dat de Tamme kastanje de favoriete boom van Zeus zou zijn en deze bewering verdient wellicht nader onderzoek. Uit de Romeinse mythologie is er wel de legende van Diana, de godin van de jacht, die aan de oppergod Jupiter probeert te ontkomen door zichzelf in een Tamme kastanje te veranderen maar er zijn geen legenden of andere referenties die naar de opvallende geur verwijzen gevonden.

Er zijn wel vermeldingen van het feit dat tijdens de Joseon Dynasty in Korea, die duurde van 1392 tot ongeveer het begin van de twintigste eeuw, vrouwen werd geadviseerd om wanneer de bloei van de Tamme kastanjes op haar hoogtepunt was s’nachts maar liever binnen te blijven daar de geur, vooral bij weduwen, om het eufemistisch uit te drukken. de nachtrust zou kunnen verstoren.

De Castanea sativa ‘Vincent Van Gogh’ is een dwergvorm van de Tamme kastanje die meestal gemakkelijk in kleine tuinen past. Op het hoogtepunt van de bloei verspreidt het boompje een weeige -, maar scherpe spermageur die op warmere dagen tot op meters van de boom de lucht bezwangert hetgeen bij passerende dames de blosjes op de wangen kan toveren

Ook de honing van bijen die op de Tamme kastanje hebben gefoerageerd zou als een afrodisiacum werken. Het zou bij vrouwen het verlangen naar een sexuele partner oproepen. Bij mannen zou consumptie van kastanjehoning de potentie ondersteunen en functioneert het tevens als afrodisiacum.

Tenslotte worden aan de eetbare vruchten van Castanea sativa al eeuwenlang lustopwekkende eigenschappen toegeschreven en ze worden dan ook graag verwerkt om de culinaire kwaliteit van gerechten op te waarderen.

Het is opgevallen dat veel auteurs de hierboven beschreven eigenschappen aan de Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) toedichten. Dat is foutief. De Paardenkastanje is een totaal andere -, niet verwante boom, waarvan alleen de vruchten zeer oppervlakkig op die van de Tamme (Eetbare) kastanje lijken maar niet eetbaar zijn. Ook de bloemen van de Paardenkastanje geuren niet.

Beukengalmug

Mikiola fagi

De Beukengalmug veroorzaakt ongeveer 1 cm. lange -, een beetje op beukenootjes lijkende gallen op de bladeren van beuken. In iedere gal groeit een larve.

Gallen van Beukegalmug op loof Beuk.

De Beukengalmug is een algemeen voorkomende galmug die eitjes legt in de knoppen van beukenbomen. Uit ieder eitje komt een miniscule larve die aan de nerf van het jonge blad zuigt waardoor de boom de voor de soort typische gallen ontstaan die dan als behuizing voor de larve dienst doen. De kleur van de gallen is eerst groen, dan geel en tot slot rood. Beukengalmuggen brengen de beuken geen schade toe en bestrijding is niet nodig.

Prunus avium ‘Stella’

Prunus avium ‘Stella’

Prunus avium ‘Stella’ is een zelfbestuivende -, gecultiveerde varieteit van de Zoete kers met een gedrongen -, rechtopgaande habitus die tussen de drieenhalve -, en vierenhalve meter hoog wordt. De kroon is dan ongeveer drie meter breed. De boom stelt geen hoge eisen aan de bodem zolang die maar vochtig (maar niet nat!) en vruchtbaar is. Ook een zonnige standplaats is een vereiste voor een goede ontwikkeling. De witte bloemen verschijnen in april en de langgesteelde -, smakelijke-, Bourgondisch rode kersen kunnen eind juli geplukt worden. Deze dwergkers/zuilkers geeft gewoonlijk een rijke oogst. De fraaie oranje-bruine herfstkleur van de bladeren maakt Prunus avium ‘Stella’ ook in het najaar een aantrekkelijke verschijning in zelfs de kleinste tuin en kan men het boompje met een gerust hart het stempel van sierboom opplakken. Onder meer vanwege haar sterke constitutie en consistente vruchtbaarheid ontving de Stella kers in het verleden de prestigieuze ‘Award of Garden Merit’ van de Royal Horticultural Society.

Natuurwaarde van Prunus avium ‘Stella’.

Net als veel andere kersen produceert Prunus avium ‘Stella’ aanzienlijke hoeveelheden stuifmeel en nectar die tot voedsel dienen voor tal van bij de bestuiving van gewassen betrokken insekten waaronder bijen. Deze kersenboom heeft derhalve natuurwaarde als drachtboom. De Stella kers is, onder de kersen, op dit terrein een uitschieter en heeft om die reden in Groot Brittanie het keurmerk ‘Perfect for Pollinators’ verkregen. De kersen vallen ook zeer in de smaak bij een groot aantal vogels.

Prunus avium ‘Stella’ is winterhard in Nederland.

Voor bijen giftige bomen.

Bijenvolken vormen een zeer belangrijke schakel in de voedselketen en vertegenwoordigen voor mensen ook een zeker economisch belang. Bijen staan heden ten dage ook onder druk terwijl men de oorzaak daarvan nog niet overtuigend heeft weten te duiden. Welke invloed hebben bomen op de bijenpopulatie en welke bomen zijn goed voor bijen en welke bomen niet? We bespreken hier enkele boomsoorten die algemeen worden aangeplant maar die onder verdenking staan om giftig te zijn voor bijen. Dit niettegenstaande het feit dat ze in veel publicaties als drachtbomen worden aanbevolen. Waar het houtige gewassen aangaat gaat het in Nederland in hoofdzaak om de volgende bomen en struiken:

Paardenkastanje (Aesculus sp.)

giftig voor bijen
De Paardenkastanje wordt ook Wilde kastanje genoemd. Het stuifmeel en de nectar zijn giftig voor bijen.

De Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) is aan het begin van de 17de eeuw in Nederland ingevoerd en wordt tot op de dag van vandaag massaal aangeplant. In het stuifmeel en de nectar van de bloemen van de Paardenkastanje zitten voor bijen giftige hoeveelheden saponinen. Saponinen zijn tot de glycosyden behorende plantenstoffen die zeepstoffen worden genoemd vanwege hun zeepachtige eigenschappen. Er wordt algemeen vanuit gegaan dat deze saponinen een rol spelen in het immuunsysteem van planten. Saponinen veroorzaken bij jonge bijen verschijnselen die lijken op die van de mei-ziekte maar waar bij de mei-ziekte de darminhoud vast en droog is is deze bij saponinevergiftiging vloeibaar.

Linde (Tilia sp.)

Stuifmeel en nectar van lindebloesem kunnen voor bijen giftig zijn.

Lindes zijn de meest voorkomende stedelijke bomen in Europa en Noord-Amerika. Ze worden vanaf de middeleeuwen aangeplant om de bijenstand te ondersteunen. Toch zijn er al vanaf de zestiende eeuw vermoedens gepubliceerd dat lindebomen schadelijk zijn voor bijen.Er zijn momenteel twee theorieën in omloop die de sterfte van bijen en hommels onder lindebomen moeten verklaren. De eerste theorie die al sedert decennia gangbaar is, is dat het stuifmeel en de nectar van de bloemen van soorten van het geslacht Tilia het suiker mannose ,of D-mannose, ( C6H12O6) bevatten. Bijen en hommels beschikken niet over het enzym mannose-fosfaat-isomerase en kunnen de stof mannose-6-fosfaat niet af breken tot fructose-6-fosfaat. Daardoor hoopt mannose-6-fosfaat zich op hetgeen tot vergiftiging leidt die verlamming bij bijen en hommels veroorzaakt.

De tweede theorie is tegen het einde van de vorige eeuw ontwikkeld en ontkent de validiteit van de bewijzen voor theorie 1. Deze theorie bestrijdt dat (D-)mannose kan worden aangetoond in nectar of dode bijen. Theorie 2 zegt in essentie dat de oorzaak waarschijnlijk ergens anders moet liggen.

Onderstaande foto’s zijn gemaakt onder een Zilverlinde (Tilia tomentosa) in juli, 2011. De uit zuid-oostelijk Europa afkomstige Zilverlinde wordt het meest in verband gebracht met bijensterfte gevolgd door de Krimlinde (Tilia x. europeae).

Sophora sp.

Zoete geuren van de Honingboom (Sophora japonica)
Bloesem van de Honingboom. (Sophora japonica) bevat voor bijen giftige nectar.

In de nectar van de Honingboom bevinden zich voor bijen giftige alkaloïden. Alkaloïden zijn stikstof bevattende plantenstoffen die een fysiologische werking op dieren uitoefenen. Vaak zijn het vergiften. Het voorkomen van alkaloïden is een kenmerk van bomen uit het geslacht Sophora zodat ook bij andere soorten uit dit geslacht giftigheid voor bijen verwacht mag worden of al aangetoond is. Overigens is Sophora japonica inmiddels in het geslacht Styphnolobium geplaatst als Styphnolobium japonicum.

Rhododendron sp.

Geur van Rhododendrons.
De Pontische rododendron (Rhododendron ponticum) behoort tot de Rododendrons die giftig zijn voor bijen.

In nectar en stuifmeel van de Pontische Rododendron komen voor bijen giftige stoffen voor. Voor bijen giftige Grayanotoxinen zijn gevonden in de nectar van Rododendrons. De honing van bijen die alleen hebben gefoerageerd op Rhododendron ponticum is giftig voor mensen en wordt ‘Gekke honing’ (Mad honey) genoemd.

Zoals u heeft kunnen zien is onze informatie summier, op punten triviaal en vaak chemotechnisch ingewikkeld. Maar ondanks deze tekortkomingen mogen deze feiten niet onbesproken blijven vinden we en mocht er nieuwe -, en/of aanvullende informatie m.b.t. dit onderwerp beschikbaar komen dan zullen wij die hier publiceren.

Zwarte kersenluis

Myzus cerasi

De Zwarte kersenluis veroorzaakt vaak ernstige zuigschade aan Zoete kers (Prunus avium) en Zure kers of Morel (Prunus cerasus). De honingdauw die de luizen afscheiden vervuilt ook vaak de vruchten die erdoor ook aan elkaar kunnen gaan plakken. De luizen kunnen ook op de stelen van het fruit worden gevonden. De grootste schade wordt echter vooral veroorzaakt aan de uiteinden van de jonge loten waarvan de bladeren bij de Zoete kers omkrullen. Bij de Morel krullen de bladeren niet om.

De eerste generatie Zwarte kersenluizen ontstaat met het ontluiken van de bladeren uit eieren die het vorige jaar aan de basis van de knoppen zijn gelegd. Zij bestaat uit z.g. stammoeders die eerst ongevleugelde generaties luizen voortbrengen waarna er in juni gevleugelde generaties geboren worden. Deze vliegen uit naar kruiden in de omtrek waarop opnieuw ongevleugelde luizen ontstaan. Dit proces resulteert uiteindelijk ook weer in een gevleugelde generatie die in september op zoek gaat naar kersenbomen om te paren en de eitjes in te leggen.

Zwarte kersenluis op onderkant blad Zoete kers.
De Zwarte kersenluis is de enige luizensoort die de Zoete kers (Prunus avium) aantast. Op de niet zo scherpe foto zijn is de gevleugelde -, en de ongevleugelde generatie te zien.

Fotoalbum: Zwarte kersenluis.

Malus domestica ‘Elstar’

De ‘Elstar’ appel (Malus domestica ‘Elstar’) is één van Nederland’s bekendste appels. De appel is vernoemd naar de Gelderse plaats Elst en is rond de helft van de vorige eeuw ontstaan. Elstar is een kruising van Malus domestica ‘Golden delicious’ en  Malus domestica ‘Ingrid Marie’. Op laagstam vormt Elstar een klein, tot 4 meter hoog, boompje met in het voorjaar,  eind april, vrij grote wit-roze -,  tweeslachtige -, licht geurende bloemen,  die o.a. vlinders en bijen aantrekken,  en forse -,  zachtzoetzure appels met een hoogrode blos die ongeveer vanaf midden september geoogst kunnen worden. Een laagstam ‘Elstar’ appelboom is geschikt voor kleine tuinen. Deze dwergappelboom houdt van een zonnige standplaats maar gedijt goed bij halfschaduw en is bestand tegen zeewind.  Malus domestica ‘Elstar’ is niet vatbaar voor specifieke ziektes maar een slechte standplaats kan tot schimmelinfecties en groeistoornissen leiden.  Een ‘Elstar’ vereist  een goed doorlaatbare -, kalkrijke –  tot neutrale -,  matig vochtige bodem.

Malus domestica 'Elstar', Roze bloeiknoppen

Malus domestica ‘Elstar’ met roze knoppen bij de aanvang van de bloei eind april.

Snoeien gebeurt in de winter en bestaat uit het dunnen van de kroon en het verwijderen van slechte -, schurende -, te dicht op elkaar staande -, of dode takken. Zorg voor een open kroon en snoei bij voorkeur de nieuwe loten tot ongeveer 10 cm. terug. Ook licht dunnen tijdens de zomer kan soms nuttig zijn. Een  ‘Elstar’ appelboom is goed zelfbestuivend maar zal met een externe bestuiver nog beter produceren. Een bestuiver moet ongeveer binnen 100 meter van de boom staan.

Malus domestica ‘Elstar’ kent een groot aantal  bestuivers waaronder  o.a. de cultivars:

  • Malus domestica ‘James Grieve’;
  • Malus domestica ‘Discovery’;
  • Malus domestica ‘Summer red’;
  • Malus domestica ‘Lombarts Calville’;
  • Malus domestica ‘Odin’;
  • Malus domestica ‘Granny Smith’;
  • Malus domestica ‘Jonathan’;
  • Malus domestica ‘Cox’s Orange Pippin’;
  • Malus domestica ‘Alkmene’;

Malus domestica ‘Elstar’ is op zichzelf ook bruikbaar als bestuiver voor een groot aantal rassen.

De lang bewaarbare Elstar appels zijn uitstekend van smaak en geschikt als handappel en als sap, in appelmoes, taart, en andere gerechten. Ze zijn het best te eten vanaf eind oktober tot eind december.

Fotoalbum: Malus domestica ‘Elstar’

Krulziekte 🍂

Taphrina deformans (Berkeley) Tulasne 1866.

Taphrina deformans - Krulziekte

Krulziekte wordt veroorzaakt door de bladschimmel Taphrina deformans en veroorzaakt o.a. het omkrullen van de bladeren.

Krulziekte of Perzikkrulziekte komt zeer algemeen voor bij een aantal soorten en varieteiten van het geslacht Prunus (Abrikoos, Perzik, Nectarine) en wordt veroorzaakt door een bladschimmel die misvormingen aan het blad veroorzaakt. De schimmel groeit onder de opperhuid van het blad. De gallen, die later door de opperhuid breken zijn geen vruchtlichamen van de schimmel. Taphrina deformans vormt geen vruchtlichamen.

Krulziekte is vooral een probleem na zachte, natte winters. Infecties vinden plaats in februari en maart bij temperaturen tussen de 8 en 22 graden C. en de schimmel verspreidt zich via regenbuien. Na een aantasting met krulziekte krullen de bladeren in de richting van de  hoofdnerf om en rollen op. Op de bladeren ontstaan ook  blaasachtige gallen.

Als de temperatuur oploopt vallen de aangetaste bladeren af. Nieuwe bladeren zullen daarna meestal niet of nauwelijks worden geinfecteerd.

 

Castanea sativa ‘Vincent van Gogh’

Castanea sativa ‘Vincent van Gogh’ is een dwergkastanje die in de zeventiger jaren bij toeval is ontdekt op een veld met zaailingen in het Brabantse Zundert, de geboorteplaats van Vincent van Gogh. De Vincent van Gogh dwergkastanje heeft alle eigenschappen van zijn grotere broer de Tamme kastanje (Castanea sativa), inclusief de eetbare kastanjes en de grillige torsiegroei.
De herfstkleur is een glanzend goudgeel.

Castanea sativa 'Vincent van Gogh'

Castanea sativa ‘Vincent van Gogh’ vormt een kleine -, zuilvormige tamme kastanje die op latere leeftijd kegelvormig bolt.

.
Castanea sativa ‘Vincent van Gogh’ is zelfbestuivend en apomicties. Het laatste wil zeggen dat vruchten zich kunnen ontwikkelen zonder dat bestuiving heeft plaatsgevonden.
Deze in Nederland winterharde dwergkastanje kan naar zeggen 3 tot 4 meter hoog worden en is geschikt voor kleine tuinen.

De Tamme kastanje, en ook deze Castanea sativa ‘Vincent van Gogh’,  is een uitstekende drachtboom met een hoge stuifmeel- en nectarproduktie waar bijen -, hommels -, diverse soorten vliegen -, maar vooral kevers graag op foerageren. 

Foto album: Castanea sativa ‘Vincent van Gogh’.

7 jaar oude Castanea sativa 'Vincent van Gogh'  in bloei.

In bloei is de Castanea sativa ‘Vincent van Gogh’ een prachtige verschijning in iedere tuin. De boom verspreidt dan een weeïge spermageur,

Bacteriebrand

Bacteriebrand

De wetenschappelijke gegevens m.b.t. bacteriebrand worden verzameld in een groep die buiten de biologische taxonomische rangorde valt, Xanthomonas campestris pv. juglandis genaamd.
De afkorting pv. staat voor ‘pathovar’ en is, naar ik meen, ergens in de laatste twee decennia van de twintigste eeuw geintroduceerd om ziekteverschijnselen van een patient te kunnen verzamelen en beschrijven zonder dat de veroorzaker bekend is. Het is dus nadrukkelijk geen ‘botanische naam’ en er is geen bestaand officieel erkend organisme aan de naam gekoppeld.
Het is alleen een noemer om, zolang er nog geen dader bekend is, onderzoek naar de ziekte samen te brengen.
Bacteriebrand is een gebreksziekte van walnoten (Juglans regia) waarbij eerst bruine vlekjes op het blad te zien zijn en later grotere necrotische plekken. Hetzelfde proces vindt plaats op de bolsters van de vruchten die tengevolge van de bacteriebrand inwendig wegrotten en oneetbaar worden. Vaak is de oorzaak dat de boom gebrek lijdt te wijten aan slechte drainage en wortels die (periodiek) onder water staan maar ook bodemvervuiling en aantastingen door insekten (luizen e.d.) kunnen de gezondheid van walnoten bedreigen zodat ze vatbaar worden voor bacteriebrand.

Bacteriebrand bij walnoot.

Bacteriebrand bij walnoten wordt vaak veroorzaakt door slechte drainage of andere omstandigheden die tot gebrek aan voedingsstoffen kunnen leiden zoals bv. luizen.

Prunus persica ‘Bonfire’

De exotische dwergperzik Prunus persica ‘Bonfire’ is een lust voor oog, neus en smaak met vroeg in het voorjaar heerlijk geurende bloemen, bourgondisch rood gekleurde bladeren en smakelijke perziken in de zomer. Perziken zijn zelfbestuivend dus hoeft er geen andere perzik in de buurt te staan voor vruchtontwikkeling. Wel heeft de perzik veel water nodig.

De bloesem van Prunus persica 'Bonfire' verspreidt een verfijnde geur.

Prunus persica ‘Bonfire’ bloeit in maart voor er blad aan de boom zit. De fraai gekleurde bloesem verspreidt bij de juiste temperatuur een inspirerende -, opwekkende -, en verfijnde geur die doet denken aan vluchtig parfum.

Het boompje vormt een pruikachtige compacte kroon en is geschikt voor kleine tuinen, patio en balkon.